Geschiedenisoverzicht

Water & Visserij
  1421 Elisabethsvloed
  1537 Zalmvisserij
  1847 Eiland van Brienenoord
  1872 Oprichting scheepswerf Piet Smit
  1953 Watersnoodramp
  1965 Van Brienenoordbrug
Bouwen & Wonen
  1072 Kastelen in IJsselmonde
  1447 Adriaen Janszkerk
  1918 Sportdorp
  1945 Groei IJsselmonde
  1956 Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)
  1958 Hordijkerveld
  1960 Lombardijen
  1965 Groot-IJsselmonde
  1969 Winkelcentrum Keizerswaard
  1973 Klimmende bever
  1979 Beverwaard
  1997 Het nieuwe centrum
  1997 Veranda
Vier 5 mei
  1944 Razzia van Rotterdam
  1944 Hongertochten
  1949 Herdenkingsmonument
  1967 Herdenkingsmonument verplaatst
  1950 Kerk 'Vrede en Verzoening', het 'Verborgen'oologsmonument
  1962 Vereniging Oud Militairen Indië- en Nieuw Guineaugangers
  2003 Uitbreiding herdenkingsmonument
Bestuur
  1450 Ambachtsheerlijkheid IJsselmonde
  1778 Een eigen raad
  1816 Gemeentewapen
  1941 Annexatie IJsselmonde
  1948 Wijkraad
  1978 Deelgemeente IJsselmonde
  2002 Dualisme
  2006 Verkiezingen
Sport
  1901 IJsclub Thialf
  1904 Puck van Heel
  1905 Siem Heiden
  1937 Opening Stadion Feijenoord
  1992 Sportstimuleringsprijs

1421 Elisabethsvloed
Het gebied van het oude IJsselmonde loopt regelmatig onder water. Na de Sint-Elisabethsvloed in 1421 besluiten de dorpelingen om dijken te bouwen waardoor de nog steeds bestaande structuur van een Boven- en Benedenstraat ontstaat. Rond 1437 zijn de dijken klaar, maar helaas stroomt het gebied tien jaar later weer onder water. De dijken worden hersteld en verstevigd.
St. Elisabethsvloed

1537 Zalmvisserij
De naam De Merode is heel bekend in IJsselmonde. Al in de 16e en 17e eeuw zijn documenten te vinden van Hendrik van Merode. Hij koopt bijvoorbeeld in 1537 een overeenkomst voor de visserij van Bolnes tot voorbij Schoonderloo. In 1540 wordt hij bovendien Ambachtsheer van Oost-IJsselmonde.

Het visrecht was voorbehouden aan de familie Van Brienen die de rechten verpachtte. Tot 1876 werden de rechten gepacht door het visserijbedrijf 'De

Zalmvisserij

Merode' dat gevestigd was op de Groeneplaat, het latere Eiland van Brienenoord. Na 1876 werden de rechten overgenomen door 'De Goede Verwachting' dat gevestigd was op de buitengorzen in het oosten van IJsselmonde. In 1880 worden er maar liefst 100.000 zalmen gevangen.

Aan het eind van de achttiende eeuw nam de vangst dramatisch af als gevolg van de vervuiling van het oppervlaktewater door de industriële revolutie, overbevissing en door het nieuwe rioleringsstelsel van de gemeente Rotterdam. Al het afvalwater loost de stad voortaan in de rivier.

1847 Eiland van Brienenoord
Het Eiland Van Brienenoord (21 ha) ligt onder de Van Brienenoordbrug. Een mooi stukje IJsselmonde, met een rijke geschiedenis.
Eiland van Brienenoord

Het begint in de 19e eeuw, als in de Nieuwe Maas drie eilanden ontstaan. Een natuurlijk proces, want de rivier voert zand mee naar een bepaald punt. Dat noem je een verzandingsproces. Op een kaart uit 1851 staan de drie genoemd: Groene Plaat, Slikplaat en Westplaat. Maar het verzandingsproces gaat door en rond 1896 is Westplaat opgegaan in Slikplaat. Dan zijn er dus nog twee eilanden over.

Het eiland ontleent zijn naam aan Baron van Brienen. Hij koopt in 1847 drie eilanden, die later samen het Eiland Van Brienenoord werden.

Verzandingsproces in de bochtige rivier
Op de Slikplaat heeft zich zalmvisserij De Merode gevestigd, de Groene Plaat is deels in gebruik als landbouwgrond. Daarnaast zijn delen van de Groene Plaat geclaimd voor de zalmvangst. De scheepvaart heeft last van de zandplaten en in 1895 besluit men om Groene Plaat af te graven. Het zand wordt gebruikt om Slikplaat op te hogen. Het eiland krijgt een nieuwe naam: Eiland Van Brienenoord. Die naam is voor het eerst gebruikt op een kaart uit 1910. Naast het eiland komt een dam, die ‘Lantaarn’ genoemd wordt. Het eiland is eigendom van Rotterdam, de dam is van de Nederlandse staat. Zalmvisserij De Merode op de Buitengorzen
In het begin van de 20ste eeuw stort de zalmvisserij in. Het eiland krijgt in 1918 een machinefabriek. Die gaat in de jaren dertig failliet, waarna de grond in bruikleen komt bij het clubhuis van de Arend en de Zeemeeuw. Hier kunnen kinderen uit Afrikaanderwijk en de Hillekop bijkomen van het stadse leven. In de Tweede Wereldoorlog wordt het eiland omgetoverd tot volkstuincomplex. Ook na de oorlog blijven mensen hun tuintjes onderhouden en pas in 1980 wordt het eiland vrij toegankelijk voor iedereen. Volkstuinen op het Eiland

1872 Oprichting scheepswerf Piet Smit
Op 2 januari 1872 koopt Piet Smit (1848-1913) een scheepswerf en machinefabriek in Slikkerveer. De zaken gaan zo goed, dat het bedrijf in 1893 verhuist naar de polder Varkenoord. Op het hoogtepunt werken er zo’n 2600 mensen op de scheepswerf.

Het bedrijf bouwt als een van de eerste ijzeren schepen. In 1873 ijzeren loodsschoeners, in 1881 ijzeren zeegaande stoomschepen. In Varkenoord stapt het bedrijf over op sleep-, passagiers- en vrachtschepen. De scheepswerf overleeft de crisis van de jaren dertig, maar gaat uiteindelijk in 1987 failliet.
Scheepswerf Piet Smit

Piet Smit (1848-1913)
Pieter Smit en Eva van Dijk krijgen op 31 juli 1848 een zoontje: Piet Smit junior. De jonge Piet verliest al snel beide ouders: zijn moeder als hij 7 is en zijn vader acht jaar later. Hij groeit dan verder op bij zijn oom Piet Smit. Samen met neef Arie leert hij het vak van scheepsbouwer en als Piet 20 jaar is, vertrekt hij naar Amerika (1868) voor een stagejaar. Eigenlijk wil Piet in Amerika blijven. Maar zijn oom vindt dat een slecht idee en dreigt zijn toelage in te trekken. Zonder geld kom je niet ver, dus Piet komt na een jaar terug naar Nederland.

Piet Smit jr.
Op 31 augustus 1871 koopt hij van zijn oom Joost Pot een scheepswerf kocht in Slikkerveer. In 1872 trouwt hij met zijn jongste nichtje Johanna en samen gaan zij in Slikkerveen wonen. In 1875 gaat het echtpaar Smit in Rotterdam wonen en begin tachtiger jaren koopt Pieter grond in de polder Varkenoord, wellicht al met het idee in zijn achterhoofd om hier een scheepswerf te bouwen.

Na een paar jaar hard werken, zet Piet het bedrijf om in een vennootschap, de NV Scheepsbouw en Machinefabriek De Industrie (1890). De zaken gaan goed en Piet krijgt in 1891 toestemming om een haven te graven in de polder Varkenoord. De afgegraven grond gebruikt hij om het omringende land op te hogen. Daarop werden een machinefabriek en scheepswerf gebouwd en startte de roemruchte geschiedenis van "Piet Smit" dat achtereenvolgens de volgende namen voerde van Scheepstimmerbedrijf 'De Industrie'  en Scheepswerf en Machinefabriek 'De Industrie' .

Schepen op de helling

De scheepswerf en machinefabriek verhuist in 1893 naar de nieuwe locatie. Daar start Piet op 4 april 1906 een nieuw opgerichte vennootschap: de NV Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. De ‘Industrie’ gaat op in dit nieuwe bedrijf.

Op 63-jarige leeftijd besloot Piet Smit zijn aandelen te verkopen omdat hij zelf geen opvolgers had. Op 22 juli 1913 overlijdt hij op 65-jarige leeftijd.

NV Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr. draait onder de nieuwe leiding verder en overleeft de crisis in de jaren dertig. In de jaren zeventig lopen de orders drastisch terug. Na een aantal massaontslagen, valt in 1987 het doek definitief. De scheepswerf is failliet.

In de bijna honderd jaar scheepsbouw aan de rivieroever maakte de werf glorietijden, maar ook crises en twee wereld­oorlogen mee. In 1894 begon het scheepstimmerbedrijf met 120 werknemers en in 1899 waren het er al 400, na de eerste uitbreiding.

In de scheepsbouw is altijd een op- en neergaande lijn te zien geweest. In 1904 werd het  oostelijk deel van de haven tijdelijk buiten gebruik gesteld en het aantal werknemers daalde tot 80. Dankzij een opleving van de economie kon het gesloten gedeelte in 1910 weer in gebruik worden genomen en werd er zelfs grond gekocht voor uitbreiding.

Groei van de scheepswerf

Machinefabriek en Scheepswerf NV. , die beschikte over een eigen dwarshelling, werd aangegaan door de bouw van een grotere helling met een lengte van 130 meter.

Begin 1914 had het bedrijf 420 werknemers en een nieuwe uitbreiding stond op stapel met een nieuwe timmerloods, een houtberging en kantines voor directie, personeel en werklieden.
Om nog verder uit te kunnen breiden werd in 1918 de dijk tachtig meter opgeschoven in de richting van de spoorbaan. Zo ontstond de Kreekweg. Het vrijgekomen gebied werd verdeeld tussen Piet Smit, Burgerhout en Van der Lugt.

In de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog deden de werven goede zaken. Veel schepen waren verloren gegaan en de reders moesten dit tekort aanvullen.

Eind 1920 liep de conjunctuur echter hard achteruit. Er kwamen minder orders binnen en de klanten drongen aan op snellere levering. Werknemers moesten vaak overwerken, zonder financiële vergoeding. Een loonsverlaging leidde in 1921 tot een staking. Bij Piet Smit staakten 1.250 medewerkers die door de directie allemaal werden ontslagen. Zij konden weer aan de slag als zij instemden met de door de directie gestelde voorwaarden. Vanaf 1925 gaan de zaken weer wat beter, mede dankzij het aanpakken van ander werk. Piet Smit sloot in 1923 een overeenkomst voor de fabricage van kanonnen.

De crisisjaren tussen 1930 en 1940 kenmerken zich door achtereenvolgens groei en dan weer drastische krimp. Begin jaren dertig krimpt het personeelsbestand tot eerst 868 en later tot nog slechts 541 werknemers.

De Duitsers dwongen de scheepswerf in de oorlog tot 'samenwerking'. Als het bedrijf een order weigerde zou het ook geen materiaal meer krijgen. In juli 1940 vorderde de Kriegsmarine 3.000 binnenschepen die omgebouwd moesten worden voor de invasie in Engeland. Bij Piet Smit zijn 130 binnenschepen verbouwd. De schepen moesten snel klaar zijn en de arbeiders maakten lange dagen. Tot in het laatste oorlogsjaar heeft de scheepswerf werk

Na-oorlogse activiteit

gehad. Na "Dolle Dinsdag" op 6 september 1944 werd alles anders. De Duitsers voelden zich in het nauw gedreven. Het bedrijf moest ontmanteld worden. Alles, de machines en de voorraden, werd in schepen geladen en ging op transport naar Duitsland. De rest van de installaties werd zwaar beschadigd.

Na de oorlog krabbelde het bedrijf langzaam maar zeker weer overeind, en in 1946 kon men weer beginnen met het eigenlijke doel van een scheepswerf, het bouwen van schepen. In maart 1948 werd een contract getekend voor vier Argentijnse tankers. Dit was het begin van een serie grote schepen en het aantal werknemers liep weer op tot tweeduizend.


De watersnoodramp van 1953 veroorzaakte veel materiële schade, maar de scheepsbouw ging gestaag door. In de vijftiger en zestiger jaren liep het ene na het andere schip van de helling.

In 1968 werd Piet Smit door fusies een volle dochter van RDM (voor die tijd had RDM slechts de helft van de aandelen). Maar de tijden waren somber. Geruchten deden de ronde dat de afdeling nieuwbouw zou sluiten. In 1973 waren er geruchten over inkrimping. In 1971 bestond het bedrijf 100 jaar. De plannen voor het jubileum zijn nooit uitgevoerd. De grootste spelbreker waren de economische achteruitgang en de vorming van het RSV-concern. In 1976 kreeg Piet Smit van de Algerijnse regering de opdracht een dok te bouwen. Helaas blijkt dit achteraf de laatste bouwopdracht voor Piet Smit te zijn.

In 1977 organiseerde werknemers van Piet Smit de aktie 'Piet Smit moet blijven'. Aanvankelijk leek het erop dat Piet Smit kon blijven bestaan, maar in 1978 draaide de regering de geldkraan dicht en moesten er 325 mensen worden ontslagen.

Rivieroever in de zestiger jaren

De teloorgang zette door, zoals ook elders in de Nederlandse scheepsbouw, en uiteindelijk werd het bedrijf in september 1987 failliet verklaard. In februari 1988 vond in het Feyenoordstadion de verkoop van de inventaris plaats.

In de negentiger startte voor de historische gronden aan de Maas een nieuw leven met de bouw van de woonwijk Veranda.

In 1977 organiseerde werknemers van Piet Smit de aktie 'Piet Smit moet blijven'. Aanvankelijk leek het erop dat Piet Smit kon blijven bestaan, maar in 1978 draaide de regering de geldkraan dicht en moesten er 325 mensen worden ontslagen.

De teloorgang zette door, zoals ook elders in de Nederlandse scheepsbouw, en uiteindelijk werd het bedrijf in september 1987 failliet verklaard. In februari 1988 vond in het Feyenoordstadion de verkoop van de inventaris plaats.

In de negentiger startte voor de historische gronden aan de Maas een nieuw leven met de bouw van de woonwijk Veranda.
Piet Smit failliet in1987

1953 Watersnoodramp
In de nacht van 31 januari stuwen springtij en een noordwesterstorm het Noordzeewater tot enorme hoogte. In Nederland overstroomt een groot gebied. De watersnood kost 1836 mensen het leven en zo’n 72.000 mensen moeten hun huizen verlaten.

Ook in IJsselmonde klinken de sirenes en luiden de klokken om de inwoners te waarschuwen. Brandweer, politie en heel veel vrijwilligers gaan meteen aan de slag. Zij leggen versterkingen aan en maken dammen om het water van de huizen weg te

Watersnoodramp

leiden. In IJsselmonde valt de schade gelukkig mee. Tot een echte dijkdoorbraak komt het niet. Wel raakt de dijk op achttien plekken zwaar beschadigd en zijn tientallen woningen door het water aangetast. Vooral op de Bovenstraat en de Oostdijk is er veel schade, maar er vallen geen slachtoffers.
1965 Van Brienenoordbrug
Op 1 februari 1965 opent toenmalig koningin Juliana (1909-2004) de Van Brienenoordbrug voor het verkeer. Eindelijk, want de plannen zijn er al sinds de jaren dertig. Maar eerst gaat het budget naar de bouw van de Maastunnel en dan breekt de oorlog uit. Pas in 1961 start het bouwrijp maken van de grond en een jaar later staat de naam vast: Van Brienenoordbrug. Naar het kleine eiland onder de brug dat ooit van baron A. W. van Brienen was.
Bouw eerste Van Brienenoordbrug
Helaas blijkt het autoverkeer zo snel te groeien, dat de brug de verkeersdruk al snel niet meer aankon. Daarom werd in 1986 gestart met een verbreding. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen. Bouw tweede Van Brienenoordbrug