1980 – 2005 Wonen en leven in IJsselmonde
Als IJsselmonde in 1980 tot deelgemeente wordt uitgeroepen, staan de bestuurders voor een aantal belangrijke ruimtelijke opdrachten. Een daarvan is de bouw van de wijk Beverwaard, 5.000 nieuwe woningen middenin het weiland. Het eerste stukje Beverwaard is dan al opgeleverd, maar de wijk is nog lang niet klaar. Ook de herontwikkeling van de rivieroever tussen het Mallegat en Bolnes staat op de agenda. De leegstaande bedrijfsgebouwen, waaronder de scheepsfabriek van Piet Smit, worden omgebouwd tot woningen en perifere detailhandel. Halverwege de jaren ’90 wordt besloten tot het maken van wijkvisies. Grote delen van de naoorlogse woonwijken vragen om herontwikkeling; de woningen zijn nog in redelijke staat maar vaak klein en kunnen geen decennia meer mee. Bovendien hebben veel wijken te kampen met problemen die hun concurrentiepositie verzwakken: kapitaalkrachtigen betrekken nieuwbouw in andere wijken en (deel)gemeenten, een ontwikkeling waarvan wordt voorspeld dat die zich zal voortzetten. Voor hen komen jonge gezinnen met een andere etnische afkomst in de plaats en al snel verandert de sociale samenhang in de wijken. Opmerkelijk is dat de relatief jonge wijk Beverwaard bovenaan het prioriteitenlijstje van de deelgemeente staat. De wijk heeft te kampen met een grote leegstand en een slecht ingerichte woonomgeving. Behalve voor de Beverwaard ontwikkelt de deelgemeente in samenwerking met de betreffende woningcorporaties wijkvisies voor Hordijkerveld, Groenenhagen/Tuinenhoven en Lombardijen. Niet altijd zonder slag of stoot, zo bewijzen de verhalen van de opeenvolgende deelraadsvoorzitters.
Van groot naar beter
Precies een kwart eeuw geleden betreedt Coos Rijsdijk het deelgemeentekantoor van IJsselmonde. De eerste jaren is hij raadslid, daarna lid van het dagelijks bestuur. In september 1982 wordt hij deelraadsvoorzitter. Tijdens zijn deelgemeentelijke loopbaan worden, samen met de woningcorporaties Com.Wonen, Vestia en Woonbron en de bewoners, de eerste plannen voor ‘hart en bloemblaadjes’ (centrum en wijken daaromheen) opgesteld. De term komt van de inmiddels overleden Hans Blij, in de jaren ’90 sectorhoofd Ruimtelijke Ordening bij de deelgemeente, met wie Rijsdijk nauw samenwerkt aan de totstandkoming van deze wijkvisies. ‘Het is een geweldig intensief proces geweest, vooral het overleg met de bewoners,’ zo vertelt hij. ‘Hun bijdrage was essentieel, omdat ze de beste gebiedsadviseurs waren. Zij konden vertellen wat er gebeurde in de wijk én wat er moest gebeuren om de wijk een toekomst te geven. Bovendien wilden we dat zij in de wijken bleven wonen.’ Rijsdijk constateert dat de tijd en energie die de deelgemeente in de bewoners heeft geïnvesteerd, nu vruchten afwerpt. ‘Je kunt nu je hele leven, van jong tot oud, in IJsselmonde blijven wonen, want er is een goed, passend woningaanbod. Om dat te realiseren was overleg met de bewoners ook van groot belang. Voordat daadwerkelijk tot de herontwikkeling van de wijken werd overgegaan, woonden bijvoorbeeld veel oudere mensen alleen of als echtpaar in eengezinswoningen. Die wilden graag verhuizen. Toen wij vroegen wat voor woning ze in gedachten hadden, antwoordde een oudere bewoner: Ik wil van groot naar beter. Maar wat was beter? Wij konden ze een appartement van 72 m2 bieden, maar hun wensen lagen meer in de richting van 100 à 120 m2.’
Toegankelijk
Rijsdijk is van mening dat de deelgemeente IJsselmonde op een goede manier antwoord geeft op de vragen van de bewoners. De vruchtbare samenwerking met de woningcorporaties heeft daartoe wezenlijk bijgedragen. ‘Maar als je mij vraagt wie de belangrijkste partij is, dan zeg ik: de bewoners,’ aldus de ex-voorzitter.
Ook Ineke de Maaijer van Com.Wonen is te spreken over de onderlinge samenwerking. Ze werkt al 23 jaar bij de woningcorporatie en is sinds 1987 wijkconsulent voor Lombardijen, dat pas begin jaren ‘90 bij de deelgemeente IJsselmonde wordt getrokken en als laatste aan de beurt is voor herstructurering. ‘De deelgemeente IJsselmonde is heel soepel en toegankelijk; het is nooit moeilijk om afspraken te maken,’ vindt ze. ‘Alleen de personele wisselingen maken samenwerking wel eens moeilijk. Een wijkcoördinator bijvoorbeeld heeft tijd nodig om de wijk goed te leren kennen. Als zo iemand opstapt en er komt weer een nieuwe, moet je weer van voren af aan beginnen.’
Frans parkje
Als Rijsdijk de deelgemeente in 1998 verlaat om burgemeester van Boskoop te worden, zijn de plannen voor de Beverwaardklaar en is er gestart met het opstellen van de visies voor de wijken. Groenenhagen/Tuinenhoven, Hordijkerveld en het centrum van de deelgemeente. Yvonne van Mastrigt volgt hem op als deelraadsvoorzitter, Marco Rook wordt portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting en Beheer.
De besprekingen met bewoners van Beverwaard over de toekomst van hun wijk gaan verder en in 1999 begint de deelgemeente met de integrale aanpak van de wijk: sociaal, economisch en ruimtelijk. ‘De eerste ingrepen bestonden uit het creëren van nieuwe speelvoorzieningen, meer ruimte en meer groen,’ vertelt Marco Rook. ‘Zo werd er een woonblok gesloopt en het Middachtenplantsoen aangelegd, met een basketbalveld, een kunstgrasveld en een ‘Frans parkje’ met bloemen en planten. Er zijn sociale projecten in gang gezet, bijvoorbeeld om jonge alleenstaande moeders te begeleiden en bewoners meer met elkaar in contact te brengen. Het sluitstuk is de aanleg van de Noord-Zuidverbinding, zodat je niet meer via woonerven de wijk hoeft te doorkruisen. Dat heeft ook als voordeel dat het winkelcentrum makkelijker bereikbaar is’.
Bewonersopstand
Nadat met de aanpak van de Beverwaard is begonnen, is de wijk Hordijkerveld aan de beurt. De gepresenteerde wijkvisie bevat echter plannen voor grootschalige sloop en dat leidt tot een heuse bewonersopstand. De deelgemeente en woningcorporatie Vestia besluiten een nieuw masterplan te maken, dat in 2001 aan de bewoners wordt voorgelegd. Opnieuw ontstaat er enorme weesrtand. Rook: ‘De bewoners waren fel tegen de sloopplannen en hadden niet het gevoel dat zij er beter van zouden worden teriwjl dit wel een uitgangspunt was van het Masterplan. Samen met vestia is toen besloten om minder woningen te slopenen de rest te renoveren. Eerst zijn er seniorenwoningen gebouwd, om de uitstroom van ouderen uit de eengezinswoningen te bevorderen. Tegelijkertijd zijn woningen gerenoveerd en een aantal vegroot: van twee woningen is één gemaakt. Deze woningen zijn in de verkoop gegaan, om weer meer kapitaalkrachtigen de wijk in te krijgen.’
Volgens Karin Schrederhof, sinds vier jaar bedrijfsdirecteur van Vestia Rotterdam-Zuid, hadden de problemen in Hordijkerveld ook zo hun weerslag op de samenwerking met de deelgemeente. ‘Vier jaar geleden was die bepaald niet optimaal, maar beide partijen hebben er veel in geïnvesteerd,’ vertelt ze. Daardoor is het vertrouwen gegroeid, ook dat van de bewoners. Inmiddels is het tij volstrekt gekeerd. Er zit geen wanklank meer in, en dat vind ik heel bijzonder.’
Geen STER-spotje
De wijken in IJsselmonde zijn in het algemeen ruim opgezet, en kennen minder problemen dan wijken als de Millinxbuurt. Dat heeft tot gevolg dat het voor de deelgemeente moeilijker is om financiering van stad, stadsregio en provincie los te krijgen voor herstructurering. ‘Dat vertraagt het proces, maar heeft ook zo z’n voordeel,’ vindt Rook, die Yvonne van Mastrigt in oktober 2004 opvolgt als deelraadsvoorzitter. ‘Die periode kun je gebruiken om intensiever met bewoners te overleggen en dat vergroot het draagvlak voor je plannen. Als voorbeeld noemt hij de wijk Groenenhagen/Tuinenhoven, waar honderden woningen zijn gesloopt. ‘In Groenenhagen/Tuinenhoven is eerst de tijd genomen om te luisteren naar de klachten en de wensen van bewoners en zijn pas daarna de plannen opgesteld. Het krijgen van vertrouwen voor de ingrijpende maatregelen was cruciaal.‘Het is heel belangrijk om in samenwerking met de corporatie te overleggen met de bewoners. Dat geeft een positieve impuls.’
Dat een grootschalige sloopactie zo soepel verloopt is volgens Hans Eland, vestigingsdirecteur van Woonbron IJsselmonde, een teken aan de wand: ‘Je kunt dan concluderen dat je goeie partners bent. Ik wil geen STER-spotje nadoen, we hebben ook wel eens onenigheid, maar het contact met de deelgemeente IJsselmonde is altijd verre van afstandelijk geweest. Die teneur hebben ze, ondanks interne wisselingen van de wacht, altijd weten vast te houden. Dat is een compliment aan IJsselmonde, want het is bij deelgemeenten wel eens anders.’
Over Lombardijen zegt Rook tot slot: ‘We hebben ervoor gekozen om voor deze wijk als laatste een ieuwe vise te maken omdat medio jaren ’90 al een aantal projecten is gerealiseerd. De visie is samen met Com.Wonen en bewoners opgesteld en nu wordt er gewerkt aan een aantl uitvoeringsplannen. De betrokkenheid van bewoners zal van groot belang zijn voor het succes van deze plannen.
Terug naar overzicht |